Australië biedt golf in sterk uiteenlopende landschappen, van zandige kuststroken en duingebieden tot parkbanen rond grote steden en droge banen in het binnenland. De afstanden zijn groot; een reis werkt daarom het best met een duidelijke regionale keuze, bijvoorbeeld de oostkust, het zuiden of West-Australië. Veel bestemmingen combineren golf met binnenlandse vluchten of lange autoritten, waardoor rustdagen en ruime reistijden verstandig zijn. De kustgebieden lenen zich vaak voor combinaties met stedelijke overnachtingen, terwijl afgelegen trajecten meer logistieke voorbereiding vereisen. Het klimaat verschilt aanzienlijk per deelstaat. In het tropische noorden beïnvloeden hitte, vocht en het natte seizoen de planning, terwijl het zuiden koelere winters en meer uitgesproken seizoenen kent. Langs de zuid- en westkust kan wind een belangrijke speelfactor zijn. Voor een rondreis zijn april tot en met oktober vaak aangenaam in veel zuidelijke regio's; noordelijke gebieden vragen een eigen seizoenskeuze. Controleer vooraf lokale weersverwachtingen, eventuele brandrisico's en de afstand tussen accommodatie, luchthaven en golfbaan. Internationale aankomstplaatsen liggen vooral aan de oost- en zuidkust, met goede aansluitingen naar regionale centra. In de zomer kunnen zuidelijke gebieden warmer zijn, maar omstandigheden blijven per locatie verschillen.